woensdag 8 augustus 2012

Van Groningen naar Reghin



Zaterdagochtend werd ik om 5.50 uur wakker en mijn trein vertrok al om 6.18 uur. Dit gebeurt me nou altijd als ik op reis ga, eerst lig ik uren in mijn bed te woelen en wanneer ik dan eindelijk in slaap val, verslaap ik me. Inmiddels ben ik al weer terug ( ik heb het zo fantastisch mooi en leuk gehad), maar zal beginnen bij het begin te vertellen.

De Duitsers kan ik verstaan en zonder gene kan ik mij verstaanbaar maken. Een vrouw helpt me met mijn rugzak en een man wijst mij een lege stoel aan. Ik leer dat de plekken met: schwerbehinderte voor invalide mensen zijn. Ik zie urenlang alleen maar gewassen en landbouw, soms afgewisseld met kleinschalige steden. Ik vraag me af of het iets voor mij zou kunnen zijn, land bewerken, altijd buiten zijn.

De helft van de reis heb ik geen zitplek, ik kom smerige toiletten tegen en het is een onhandig gezeul met mijn backpack. ’S Middags voel ik me lichtelijk alleen, reizigers alleen op weg beleven toch altijd  de meest toffe dingen? Ik blijf maar malen en piekeren en besluit dan dat het geen zin heeft. Ik verdiep mij in mijn boek ( de eerste dag – David Nicholls) en maak het verhaal eigen in mijn dagdromen.

In Wenen stap ik eindelijk uit de trein en ga ik snel opzoek naar de volgende trein richting Boekarest. Een bed kost 40 euro, maar dat sla ik af. Al snel heb ik een zitplek gevonden tussen een Mexicaanse medicijnenstudente, een Franse jongen, een Roemeense ballerina en een Koreaanse student met moeder. De coupé zit vol en iedereen maakt het zichzelf gemakkelijk. We maken het even ons thuis, voor zolang als het duurt. Schoenen worden uitgedaan, slofjes aangetrokken en er worden geïmproviseerde slaapplekken gecreëerd. Het is al snel donker buiten ( 20.00 uur) en vanuit de trein ziet het alles er prachtig, verlicht uit. Overal lichtjes en bij de donkere stukken heel veel sterren. Na een uur worden we bruut verstoord, iemand heeft onze stoelen gereserveerd en we moeten weg. De trein is bomvol, overal liggen en zitten mensen op de grond. Met een beetje geluk vind ik toch nog een plekje in de coupe bij het Mexicaanse meisje, de Koreanen en twee Roemen; jongen en meisje. Weer word ik geholpen met mijn tas en vragen we elkaar van alles. Studie, reizen, homecountry alles komt aan bod. In Budapest stapt de helft uit en blijf ik over met de Roemenen. Het is zo gezellig, het meisje spreekt goed Engels en fungeert als een prima tolk. De Roemeense jongen spreekt namelijk geen Engels. ‘ No school is no English’ , daarna lacht hij zijn rij zwarte tanden bloot. Hij werkt in de bouw in Duitsland. Het licht in de trein flikkert steeds uit, waardoor de jongen er soms wat angstaanjagend uitziet met zijn brede bouw, tatoeages, oorbel en zwarte tanden. Maar niks is minder waar, hij blijft wel een half uur weg en komt terug met een heel koud blikje sprite voor mij en een zak chips. Hij staat erop dat ik het aanneem. Met ons drietjes kletsen we tot middernacht, ze vertellen me veel over Roemenie en Monica pakt zelfs haar laptop erbij om foto’s te laten zien. Ik ben gewend dat je mooie plekken laat zien of dingen die je bezit. Maar bij haar is het anders, het is een aaneenschakelijking van mensen die ze kent en d.m.v. foto’s leer ik hun namen, wat ze doen en waar ze wonen. Op het einde wisselen we gegeven uit, ‘ to keep in touch’.

Ik blijf zitten en op een gegeven moment zie ik dat mijn trein Reghin voorbij gaat. Ik ben te lang blijven zitten, een vrouwtje naast mij in de trein belt direct haar zoon op met de vraag of hij mij naar Reghin terug wil rijden. In Deda stap ik uit en brengt haar zoon mij naar Reghin. Ergens in de middag kom ik aan bij het kantoor van Phoneo.

To be continued.